Minimalisme fail: plantenjungle in huis

Niet dat ik het echt “falen” vind, maar nu en dan raak ik ontspoord en moet ik eraan herinnerd worden waarom ik als minimalist door het leven wil gaan 🙂 Normalieter laat ik me zo weinig mogelijk verleiden tot het aankopen van zaken die niet bijdragen aan een gelukkig leven. En alhoewel de advertenties en gladde marketeers ons anders willen doen geloven, is er weinig materieel spul dat écht bijdraagt aan een beter leven eens de basisbehoeften voldaan zijn.

Maar zelfs als minimalist loop ik soms in de val van het consumentisme. Zeker als het verpakt wordt als een ‘groen’ verhaal, wat in lijn ligt met hoe ik wil leven. Zo werd ik een tweetal jaar geleden verliefd op de trend van jungle kamers. Als we dan toch zoveel tijd binnen doorbrengen is het fijn om de natuur naar binnen te brengen. Dus sloeg ik aan het winkelen in het lokale tuincentrum, maar door de lage prijs werd ik ook verleid om te kopen bij een internationale keten die ik liever niet steun. Maar wat was ik blij met mijn 40+ plantjes. Ze zouden uitgroeien tot een weelderige jungle en ik zou er van genieten om mindful voor hen te zorgen. Spoiler: niet dus.

Na enkele maanden moest ik bepaalde planten al verpotten. Daarvoor moest ik grotere potten en potgrond kopen. Ik deed een poging dit met liefde en plezier te doen (fake it until you make it), maar bij de opkuis ontsnapte er een zucht toen ik de resten potgrond van de vloer mocht dweilen. Toch werd ik gesterkt door mijn vriendenkring -waaronder ook andere minimalisten- die het unaniem eens waren dat planten hét ideale interieur accessoire waren: nuttig (luchtzuivering en rustgevend) én minimalistisch (je koopt geen spullen, maar planten).

Enige tijd later begonnen de ficussen hun blad te verliezen. De dagelijkse opkuis ervan stak mij algauw tegen, alsook het lelijke aangezicht van de kale takken. De fisuccen waren de eerst die in de GFT-container belandden. Zonde, ja, maar ik kon niemand bekoren om de sukkeltjes zonder blad te adopteren.

Stilaan kwamen er meer problemen op de proppen. Gele blaadjes die bruin werden en afvielen. Te weinig water. Te veel water waardoor de onderschotel overliep en een plank kapot maakte. Te veel water dat in de pot bleef staan, waardoor de wortels rotten. Teveel direct zonlicht waardoor er blaadjes verbrandden. Te weinig licht, waardoor er een heuse plantendans ontstond zodat iedereen voldoende licht kreeg. En toen… Toen kwamen de rouwvliegjes. Die lijken op fruitvliegjes (en zijn even lastig) maar ze leggen hun eitjes in potgrond, zodat de uitgekomen larves zich kunnen voeden met de wortels van je kamerplanten. Gezellig. We zaten een ganse winter met een schijnbare fruitvliegenplaag en we zagen verschillende planten achteruitgaan als gevolg van de wortelvraat. Ik onderzocht wat ik ertegen kon doen en vond een ecologisch middel (aaltjes). Het was een prijzig goedje dat ik tot drie maal toe heb moeten toedienen, maar het werkte. Al voelde ik mij schuldig dat die arme larves opgegeten werden, waarna de aaltjes zelf ook doodgingen omdat ze geen voedsel meer hadden. Ecologisch misschien, maar niet dier/insectvriendelijk… 😦

Intussen bleef de strijd tegen groter wordende planten doorgaan, en moest ik geregeld grotere potten kopen. En plots was ik het allemaal beu. Zoveel werk en zorgen en kosten: daar had ik niet op gerekend. De junglekamer in mijn hoofd was probleemvrij en groeide uit eigen kracht, maar de realiteit bleek anders. Dus toen begon ik met het minimaliseren van onze kamerplanten. Mijn criteria waren de volgende:
1/ Wat gedijdt met 1x/week water en 1x/jaar voeding?
2/ Wat verliest amper blad? (Hint: alle planten met kleine blaadjes zijn de deur uit.)
3/ Welke planten geven een groen gevoel zonder dat ik daarvoor veel planten moet hebben? (Antwoord: hangplanten.)
4/ Wat kan tegen lage temperaturen? (Ik zet in de winter graag de ramen open, maar veel kamerplanten kunnen niet tegen lage temperaturen.)

Intussen zijn het aantal planten in huis gereduceerd naar 14. We behielden de graslelies die makkelijk groeien en ‘babietjes’ maken die in trosjes naar beneden hangen. Ook de epipremnum is een blijver: één van de stengels laten we lang worden en leggen we bovenop de keukenkast waar ie nog een tweetal meter mag groeien zodat we een “groene zone” in de keuken krijgen zonder bijkomende planten. Onze kentia palm hebben we verschillende jaren en doet het goed, gezellig om eronder een boek te lezen. Verder hebben we enkele sanseveria’s, een cactustuintje, een haworthia (zebraplantje), een aloë vera, een hertshoornvaren (die doet het sinds kort niet goed, afwachten dus) en een zamioculcas.

Het resultaat van het minderen van het aantal planten is duidelijk voelbaar: ik heb meer plezier in het verzorgen van de planten die overblijven. Ik hoef minder vaak te verpotten, maar de planten die ik nu heb verpot ik met plezier omdat ik ze wil behouden. Om de paar weken kies ik er enkele planten uit die een douche krijgen. Dan zet ik ze in de douche en sproei er zachtjes overheen om hen te verfrissen. Nadien bedanken ze mij steevast door hun blaadjes rechtop te zetten, zo leuk! Tussendoor loop ik geregeld het huis door met een verstuiver om alle plantjes te besproeien, naast het wekelijks water geven. In plaats van een opgave is het een hobby geworden. Ik geniet van het groen in huis, zonder mij er slaaf van te voelen. En dat is denk ik het doel van minimalisme: een balans vinden -die voor iedereen anders is- om te genieten van je bezittingen, in plaats van je er slaaf van te voelen.

PS. Voor zij die bezorgd zouden zijn: behalve de ficussen hebben alle plantjes een goede thuis gekregen bij vrienden en kennissen die er allemaal heel erg blij mee zijn 🙂

(foto)

4 gedachten over “Minimalisme fail: plantenjungle in huis

Voeg uw reactie toe

  1. Wat is dat toch met planten, ik wil ze altijd allemaal hebben, maar…. stuit dan ook precies op het probleem dat je hier schetst. Ik moet me dus gewoon beheersen. En denk dan altijd aan de bescheurkalender, waarop de uitspraak staat van de man tegen z’n vrouw die smachtend naar een prachtige plant staat te kijken in het tuincentrum: “Schat, laat ‘m leven…”

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

WordPress.com.

Omhoog ↑

Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: